Nepal, Shenzhen & Hong Kong mei 2011
27/5/2011
Na de geitenballen op m’n bord in Kathmandu, kwam er gebakken kikker op m’n bord in Shenzhen. Ook in China eten ze rare dingen, eigenlijk een beetje alles wat je in Nederland niet zou eten. En, hoe meer bot, hoe beter. En dat is nog verdomd lastig afkluiven met twee stokjes in je hand!
Na twee intensieve weken van besprekingen, presentaties, site-visits en producten bekijken, was het tijd voor een weekje ‘vakantie’. Mijn goede vriend Peter, werkzaam als architect in Shenzhen, had ik al een tijdje niet gezien, en onder het mom van ‘ik ben toch in de buurt’ maakte ik een omweg van 10.000km om hem op te zoeken. Na landing in Hong Kong, reisde ik verder naar de grenspost Lo Wu waar Peter me stond op te wachten.

Shenzhen streetview, Luohu district
Shenzhen
Met 14 miljoen inwoners op een stuk grond zo groot als van Gouda naar Den Haag is Shenzhen een erg uitgestrekte stad waardoor je je eigenlijk meer in een land terecht voelt gekomen. Opgedeeld in districten, heeft elk district een soort van eigen centrum. Het uitgestrekte van Shenzhen is minder indrukwekkend dan het compacte wat ik van Shanghai kende, maar de hoge torens en gestempelde woongebouwen die soms akelig dicht bij elkaar staan zijn toch wel erg indrukwekkend. Zoals het hoort bij het architectenleven, kon Peter niet alle dagen vrij krijgen en ging ik alleen op pad. Ik bezocht enkele musea – die in de Chineese grootheidswaanzin geplaatst zijn in overgrote gebouwen die voor meer dan de helft leegstaan -, waande mij tussen de hoge gebouwen en kwam tot rust in de vele groene en verzorgde parken die er zijn. Die parken zijn overigens plekken waar de Chinees óók tot rust komt; de een tai-chi’iet tussen de bomen, de ander doet rek- en strek oefeningen, een groepje danst salsa op een pleintje, weer een ander speelt afgrijselijke muziek op een één-snarige viool, de volgende speelt een potje ping-pong en weer een ander probeert de kooikarpers uit de vijver te vissen. Zonder blikken of blozen doet ieder z’n ding en eenmaal uit de poort gaat alles weer volgens het dagelijkse ritme.

ping-pong in Lizhi Park in Shenzhen
’s Avonds tref ik Peter weer en slurpen we een noodlesoup met beef naar binnen of eten we een vis die voor onze ogen op de grond de genadeklap krijgt bij de lokale restaurantjes in de buurt of bij een kraampje op straat. Daarna gaan we per taxi naar CoCo Park, dé uitgaansplek van Shenzhen en nietsverwonderend zit het hier vol met westerse mensen die je overdag bij hoge uitzondering tegenkomt.
Met de naderende Universiade in augustus wordt de hele stad gepimpt. In no-time worden er even een aantal stadions de grond uitgestampt, staat bijna overal het straatniveau in de bamboe stijgers en worden trottoirs opnieuw gelegd. Armzalige gevelbeelden worden verdoezeld achter lamellen en geperforeerde staalplaten, boulevards worden voorzien van natuurstenen tegels en groenstroken geven het straatbeeld een aangename aanblik. Echte toeristentrekkers zoals architectuur of trekpleisters heeft de stad niet, behalve neppe iPhones scoren voor een prikkie en kleding shoppen als het regent. Wel heeft Shenzhen ook een strand – Dameisha Beach – waar het op een zonnige dag zwart ziet van de Chinezen die zich ingraven in het zand; blonde koppen zie je er niet waardoor we weidmonds werden aangegaapt en op talloze foto’s werden gezet.

Shenzhen gevelbeeld, Luohu district
Hong Kong
Na vijf dagen was mijn visum verstreken en moest ik het land uit. Per metro en trein naar Hong Kong! Eenmaal uitgestapt bij Hung Hom, sta je aan de waterkant, gefascineerd te kijken naar de skyline aan de overkant: Hong Kong Island. Peter en ik hadden een shabby guesthouse geboekt in Kowloon, een gebouw, waarvan de begane grond vergeven was aan kleine winkeltjes en eettentjes. De guesthouse op de 6e verdieping, was te bereiken via ranzige gangen die naar pis stonken en daglicht kregen door gebroken ruiten. Onwaarschijnlijk genoeg was de kamer van 6 vierkante meter ‘schoon’, leken de lakens wit – met bruin/ gele vlekken – en moest je op of in de plee staan wilde je onder de douche kunnen. Schril contrast met de vele luxe hotel torens aan de overkant waar je niet vreemd moest opkijken als er meerdere Rolce Royces, Bentleys en/ of Maserati’s voor de deur stonden.

Skyline van Hong Kong Island
In de drie dagen Hong Kong hebben we ons de voeten van het lijf gelopen. De Star Ferry genomen naar Hong Kong Island, de Two International Finance Centre (415 meter hoog) in voor een weids uitzicht over de stad, het atrium in van Norman Fosters HSBC bank en Pei’s Bank of China tower in voor een volgende view. Zo vanuit de lucht maakt de stad nóg meer indruk, wat een hoeveelheid gebouwen, en alles zo compact en hoog mogelijk! Ondanks de hoge dichtheid merk je de drukte eigenlijk niet echt. Voetgangers niveau is 10 meter boven straat niveau waardoor het centrum ruim uitgerust is met loopbruggen die gebouwen en straten met elkaar verbinden. Als je eenmaal de hoogste en spraakmakendste waterfront torens hebt doorkruist, kom je aan de achterkant van Hong Kong. Smalle straatjes met kraampjes en cafétjes die de heuvel opgaan.

Links Pei’s Bank of China, rechts Fosters HSBC bank, Central Hong Kong
’s Avonds om 20:00u zorgden we ervoor dat we op de Avenue of Stars, Kowloon, waren voor de dagelijks terugkerende Symphony of Lights. Een spektakel van 20 minuten waarbij alle torens op HK Island meedoen. Elk gebouw, voorzien van alle soorten kleuren licht ‘dansen’ op de maat van de muziek. Een beetje cheezy, maar die Chinezen doen het toch maar.
Na wat biertjes, die hier vele malen duurder zijn dan Shenzhen, struinen we naar ons guesthol. Niet denkende aan wat er allemaal over de matrassen heen is gegaan valt de nacht.
De laatste dag regent het keihard. Bliksem slaat om de hoek in, niet bepaald een dag om vele kilometers te lopen. Ondanks de laaghangende bewolking wagen we ons toch in the Peak Tram, een tram uit de vorige eeuw die recht omhoog de heuvel op gaat en een splendid view zou moeten geven over de stad. Maar de weergoden waren ons niet goedgezind waardoor we in een dikke mist terecht kwamen. Geen uitzicht, geen zon, maar wolk en regen. Eenmaal beneden klaart het beetje bij beetje op, maar de Peak blijft in de mist. Wij banen ons een weg door Soho, bezoeken nog een tempeltje en drinken een laatste glas wijn voordat onze wegen scheiden. Peter terug naar Shenzhen, ik check in op het station en pak de airport express naar het vliegveld. Wat een indrukwekkende stad, wat een indrukwekkend land. Ik trek de zelfde conclusie als drie jaar geleden in Shanghai: China is booming! Petter, thanks!
Eerdere verhalen deze reis:
Nepal:
Queensday in KTM
Aannemersselectie
KTM Ontspanning
Fotoverslag:
































June 17th, 2011 6:29 pm
Mooi verslag Pieter. Ziet er indrukwekkend uit die steden.