12454km – Queensland

31/8/2010

Queensland, Sunshine State. En dan na zo’n 9000km rijden door desolaatheid kom je aan in Cairns, niet eens zo’n grote stad, maar man-o-man, wat een verandering. Al die auto’s, mensen. Poeh, dat is even wennen. Wegen hebben bochten, mede-travellers zwaaien niet meer naar elkaar, roadtrains zijn geslonken tot 2 aanhangwagens, benzineprijs daalt naar bodemprijs, toerisme is enorm. Queensland is fameus vanwege zijn oostkust. Altijd warme(re) temperaturen en een heerlijke zee, waar het vanwege de ‘stingernets’ veilig is bevonden om te kunnen badderen. Tevens heb je er prachtige stranden en eilanden en is het de place ‘Where the rainforest meets the sea’. Maar je hebt er ook outback en bergen. Wederom prachtige landschappen met rijk vloeiende watervallen en kreekjes. En natuurlijk wildlife, van de kleinste insecten tot aan walvissen in de zee.


Roadtrip Queensland

8055km
Onze eerste nacht in Queensland. De tijd is een half uur verschoven waardoor we een record laat tijdstip halen wanneer we onder de dekens liggen. In plaats van direct af te sturen op de oostkust, maken we een detour noordwaarts. Bij Cloncurry, 150km na Mt. Isa, rijden we de minder gebruikelijke Mathilda Highway op naar Normanton. Volgens onze overeenkomst met Wicked is dit verboden terrein, omdat delen van de komende 1000km uit ‘single lane highway’ bestaan; we zijn benieuwd.

8488km
Vandaag zijn we in Karumba geweest. Een vissersdorpje aan zee waar het grossiert in 60+ers met grote caravans en dikke jeeps die als sardientjes in een blik op de campings staan. Onderweg zijn we inderdaad over een single lane highway gekomen. Spot de tegenligger, minder vaart, rijd met twee wielen door de gravel en passeer elkaar met gematigde snelheid. En met een beetje ongeluk kop je een steen en moet je een nieuwe voorruit kopen. In het geval dat er een 53 meter lange roadtrain aan komt stormen, ga helemaal van de weg. Roadtrains stoppen niet.

Single lane highway nabij Normanton

Tegen het vallen van de avond slaan we de sunset toch maar over. De weg naar onze restarea is een drukbevolkt gebied voor kangoeroes. Onderweg stond er al één die gelukkig niet voor onze bumper sprong, dus dat wilden we voorkomen.

9251km
Pff, we zijn in Cairns. Een prachtige weg die van de droogte en verlatenheid kwam, leidde naar een heuvelachtig gebied, de Atherton Tablelands. Onze ogen deden pijn van hoe groen het gras hier was, wat een kleur. Het landschap doet een beetje denken aan de farmlands uit de film Babe the Pig, en net als in de film – yep, heb ik gezien – lopen hier een hoop koeien rond. Schijnbaar is deze winter een extreem natte. Hoewel het nu nog wel droog is, zien we wel een hoop wolken. We bezoeken wat watervallen die rijkelijk vloeien en komen dan via een slingerdeslinger weg aan in Gordonvale, een voorstaddorp van Cairns. We hebben de oostkust bereikt en begeven ons voor de tweede keer deze trip in de mensenmasse, de drukte. Het is grappig om te zien dat eigenlijk elke stad hetzelfde is. Zo’n 15km voor het daadwerkelijke stadscentrum kondigt de stad zich aan. Te beginnen met shoppingmalls en tankstations. Dan een batterij aan autoboulevards in combi met garages en nog meer malls. Dan bereik je het CBD, Central Business District. Gelegen in een grid van haakse straten waar de Business zich afspeelt. We hebben moeite met het vinden van een parkeerplek en moeten er nota bene ook nog voor betalen! De outback ligt definitief achter ons, een nieuwe fase van onze reis is ingegaan.

Atherton Tablelands

9867km
De drukte went, maar toch. In het CBD van Cairns wemelt het van de Booking agents en tour offices. Iedereen biedt dezelfde tours aan, maar allen voor een andere prijs. Na een vergelijkend warenonderzoek hebben we de in prijs-kwaliteitsverhouding goedkoopste optie voor een duik/snorkeltrip in the Great Barrier Reef gevonden en boeken deze voor vier personen voor over een paar dagen. Vier personen omdat we weer herenigd zijn met Sandra en Greg die in de tussentijd naar Uluru en omgeving zijn geweest. Wel zijn we enigszins teleurgesteld over het feit dat we deel uitmaken van de toerisitenfabriek. Geen bootjes met nog geen tien duikers op rustige duiklokaties voor een habbekrats; nee, met z’n negentigen op een enorm schip voor onwaarschijnlijk hoge bedragen, maarja, je moet het dan ook niet met Indonesië vergelijken. The Reef is de grootste toeristentrekker van de oostkust, dus hier moeten we het mee doen. We zullen zien.

Maar voordat we de zee optrekken, maken we – met nieuwe banden onder onze van – een trip naar the Daintree National Park. Een regenwoud aan zee waar regen zich ook graag liet zien. Terwijl er in een normaal jaar 2500mm aan neerslag valt, was er dit jaar al meer dan 4000mm gevallen! De natuur is prachtig en de stranden zijn van tropische beauty. Alleen jammer van al die wolken. Het National Park is ook huis van de Cassowary, een soort struisvogel/emu met een blauwe kop. Er wordt flink gewaarschuwd voor confrontaties met deze spaarzame beesten die 2 meter groot kunnen worden. Houdt bij voorkeur een boom tussen persoon en Casso. In de ochtendglorie snuiven we als ware Steve Irwins aan de verse Cassowary poep en hebben dan het geluk er eentje te spotten met een chick. Dankzij de boom tussen hen en ons werden we nauwelijks opgemerkt en stapten beiden vrolijk verder door de rainforest. Uiteraard wonen hier ook diverse kangoeroes, soms liggen ze er zelfs languit bij, leuk gevogelte als de kaketoe en leven er ook salties en freshies, maar die hebben we hier niet gezien. Alleen de in captivity gehouden saltie Boris die gevoerd werd. Tof om te zien hoe zo’n enorm reptiel naar een lappie vlees kan happen! Nabij Cape Tribulation lopen we naar de Blue Lagoon. Een kraakheldere pool met kleine schildpadden en vissen erin.

Kangoeroe ligt languit

Tijdens de derde nacht in de Daintree begint het hard te regenen. We eten met z’n vieren aan tafel in onze Rad Kid. Toch jammer aangezien we bijna met onze wielen in het zand van Noah Beach staan. De volgende ochtend is de regen nog steeds niet gestopt en besluiten we zuidwaarts te rijden. We zwemmen nog even bij Ellis Beach, ‘met gevaar voor eigen leven’. Mochten we gestoken worden door de marine stinger, dan ligt de levensreddende fles vinegar in ieder geval op loopafstand. We hadden hem niet nodig, want stingers zijn er niet in deze periode van het jaar. De avond eindigt in Gordonvale, op de gratis restarea, 20 kilometer van Cairns. Iemand roept ‘SNAKE’, waardoor ierdere campervanner zich met lamp rondom de brown snake verzameld. Met z’n allen zien we toe hoe de slang in de bosjes verdwijnt, zonder iemand te bijten. Wordt je gebeten, dan baal je, want dan heb je nog 15 minuten om te bedenken hoe je begrafenis eruit moet zien.

Regen in Noah Beach, Daintree National Park

9925km
Het is de vierde en laatste nacht in Gordonvale. Vanochtend was een vroegertje; de bus naar Port Douglas vertrok om 06:40u uit Cairns. Voor vertrek nog even naar de wc, en jawel. Eindelijk zien we de door ons smartelijk gezochte green tree frog heerlijk spartelen in de wc-pot. Leuk beest maar niet zo’n hygiënische gewoonte. Wanneer we aankomen in de haven van Port Douglas ziet het weer er niet al te best uit. Een zwaar wolken pakket maar wel weinig wind. Met de grote geel-blauwe boot varen we op topsnelheid en met 90 man aan boord richting the Outer Reef, daar waar het rif het mooist behoort te zijn. We krijgen een korte briefing en kunnen als certified duikers, dat er overigens maar 6 waren, als eerste in. Het is even schrikken wanneer we in de 25 graden zee springen maar maken dan wel een mooie duik. Het zicht is niet zo helder als in Indonesië maar is zeker niet verkeerd. Ook is er volop koraal, het is alleen jammer dat er weinig zonlicht is om het te beschijnen. Er zwemt niet onwijs veel rond, maar ondanks dat zien we toch twee white tip sharks en ander leuk zwemmends. Voor Laurène is de duik wat minder geslaagd. Omdat ze niet in bezit is van een PADI, moet ze een intro dive doen en mag dan slechts arm in arm voor 20 minuten onder water blijven. Bij de tweede locatie besluiten we vanwege het weer alleen te gaan snorkelen. Zien een school Barracuda’s, leuke nemotjes en mooier koraal dan bij de duik. Het weer is inmiddels verslechterd en in een rollercoaster varen we deinend over de hoge golven terug naar Port Douglas, zo erg dat ik er zelfs kotsmisselijk van word.

White tip shark bij Opal Reef, Great Barrier Reef

10245km
Heerlijk. De afstanden tussen bezienswaardige plekken worden alsmaar kleiner. We zijn gevieren 200km zuidelijker gereden, standplaats: Mission Beach. Het weer is weer volledig hersteld en de wolken en neerslag zijn compleet vervangen door blauwe lucht en hoge temperaturen. Het strand is prachtig, met mooie hoge palmbomen en fijn zand. De hengels worden klaargemaakt en vanaf de Jetty werpen we de lijnen in het water. Veel geluk hebben we niet, slecht één Bat-fish wordt uit de zee gevist. Is nou niet echt een vis waar veel vlees in zit en bij het zien van deze mooie tropische vis krijg je meelij, want zo’n vis hoort gewoon in een aquarium thuis! De dag erna beproeven we ons geluk vanaf een gehuurde boot met 6pk motor op de achterflank. Een stapel papieren moet tot in den treurige ondertekend worden en alleen ík mag de boatie zijn. De levens en equipment van de passagiers is nu míjn verantwoordelijkheid. We maken de oversteek naar Dunk Island. Een mooi eiland met een zandbank in helder blauw water + een luxe resort met landingsbaan waarin de upperclass wordt ingevlogen. Voor een tientje kopen we een zak ingevroren sardines om onze kansen op een Barramundi of lekkere Barracuda te vergroten. Eén keer gaat de dobber flink naar beneden en wordt het gevecht helaas gewonnen door de grote vis die sardine en 30 centimeter lijn naar binnen hapt. Wel halen we er nog een prachtige cod uit. Een vis met bruine stippen, pop-up ogen en mooie vinnen. Ik heb weer meelij met dit mooie beest wat zijn laatste meters heeft gezwommen, maar hij smaakt wel heel lekker met kruiden, boter en een citroentje op de barbie.

Ons bootje op Dunk Island, Mission Beach

10898km
Na twee nachten op zee zijn we weer in Airlie Beach, vertrek- en aankomstpunt voor de Whitsunday Islands. Enkele dagen geleden namen we afscheid van Sandra en Greg waar we een hele leuke tijd mee hebben gehad. Wij gaan verder zuidwaarts, zij terug naar het noorden. Voordat we in Airlie Beach aankwamen moesten we nog zo’n 600km rijden. We overnachtten in Saunders Beach, een restarea aan het strand en de nacht voor vertrek vinden we een slaapplek langs de weg tussen allerlei betonnen objecten en landbouwmachines. We worden vroeg wakker door het langsrazende verkeer en zien tot ons ongenoegen wolken! En dat na 5 dagen strak blauwe lucht! Aan het eind van de ochtend boarden we als ware zeilmeisjes onze Avatar. Een trimaran zeilbootschip dat we delen met 28 andere Laura’s. De zeilen worden gehesen en helaas helaas, met continue hulp van de motor varen we de open zee op. De zon is teruggekeerd en verbrand mijn neus en nek. Wanneer de zon achter de wolken verdwijnt is het frisjes door de wind, maar het is goed vertoeven. Wanneer we aankomen in Peter Bay wordt het anker gelost en trekken we onze stingersuits aan. Hoewel gevaar op een beet in deze tijd van het jaar ongebruikelijk is, is het toch wel fijn om zo’n pak aan te hebben. Al is het alleen al voor de temperatuur van het water. We snorkelen wat in de buurt van de boot maar echt warm worden we er niet van. Waar we wel warm van worden is het uitzicht op Whitehaven Beach. Heel fijn wit zand en een turquoise zee. We hebben een beetje ongeluk met de bewolking waardoor het uitzicht niet zo is als op de postkaarten, maar deze plek mag er wezen! Wanneer de lucht nog meer betrekt en de lunch verteerd is varen we om de Whitsunday Islands en zien her en der walvissen boven het oppervlak komen. Wat een enorme beesten. Het is jammer dat de zeilen niet meer worden gehesen, maar hoe dan ook is de trip geslaagd. Onze laatste nacht slapen we na wat drankspelletjes in een baai bij Hamilton Island. Het miezert zelfs een beetje. De volgende ochtend is het weer niet beter en zitten we nog steeds in een dik wolkenfront. Maar, er is licht aan de horizon. En na het passeren van mama walvis met kind en skipper Laurène aan het roer, komen de zonnestralen tevoorschijn en sluiten we onze OzSail trip toch nog in zonneschijn af.

Sailtrip rondom de Whitsunday Islands

11790km
We zijn in Agnes Water, een dorpje naast 1770 waar een vloot van Britse zeilers voet aan wal zetten in, inderdaad, 1770. Er is een mooi strand met golven. Hier zijn de eerste golven, gezien vanuit het noorden. Dit is aanleiding genoeg voor ons om een lesje golfsurfen te volgen en gedurende vier uren te spelen met een longboard. En staan dat lukte! Best lachen, zo op de golven. ‘s Avonds kijken we onder het genot van een biertje in de lokale pub naar de foto’s die die dag zijn gemaakt en lachen erom. Deze avond geen pasta of rijst, maar pizza. En de beste pizza’s van het dorp worden gebakken in het tankstation waardoor we romantiek ten top deze opaten tussen de blikken olie en wegenkaarten. Veel romantischer was onze slaapplek, op 150 meter van een perfect strand.

Surfen in Agnes Water

12454km
We zijn in Brisbane aka Brisvegas aka Brizzy. Onderweg nog gestopt in Noosa Heads en Coolum Beach. Op deze laatste was ik acht jaar eerder ook; vanaf nu begeef ik me op ‘bekend’ terrein. We bellen onze 60+ vrienden uit de Laundromat van Katherine (N.T.). Daar raakten we aan de praat met wat omatjes die in Caloundra wonen, niet ver van Brizzy; mochten we in de buurt zijn moeten we zeker bellen. En natuurlijk doen we dat. We worden hartelijk ontvangen en we ontdekken zelfs enige vorm van teleurstelling als we zeggen dat we slechts langskomen om hallo te zeggen. Het bed is reeds opgemaakt, extra vlees ingekocht en dochterlief uitgenodigd om te komen eten en ons te ontmoeten. Tevens stonden we al op de kalender dus ons telefoontje kwam niet geheel onverwacht. De reden dat we niet langer konden blijven dan anderhalf uur is omdat we zouden gaan eten met Glen, een Aussi uit Brisbane waarmee David en ik acht jaar eerder hadden geklommen. ‘T was leuk hem weer te zien en ouwe koeien weer uit de sloot te trekken. We gingen onze laatste nacht in in onze Wicked van, op de parkeerplaats van zijn wooneenheid. De laatste ochtend pakken we al onze spullen in en maken de van van binnen en buiten schoon. Iets wat ons anders 100$ kost wanneer je de kleine lettertjes niét leest. Met 12454 gereden kilometers op de teller leveren we onze Rad Kid af in het Wicked depot. Terwijl er in Adelaide maar drie stonden, staan er hier wel 75; geen wonder dat de oostkust zo druk is. Damn, wat is de tijd omgevlogen. Living in a van for 53 days. 3 Jul – 24 Aug 2010. Adelaide – Darwin – Cairns – Brizzy. 12454Ks AWESOME!!!

Living in a van for 53 days, AWESOME!!!

En dan sta je daar, vol bepakt en zonder ride. Gelukkig bracht de Wicked painter ons in zijn dikke bolide naar het station, maar het voelt toch een beetje treurig. Opeens sjouwen met al onze stuff; ja, dan heb je opeens spijt dat je zoveel mee hebt. Na een korte wandeling door Brisbane – kort wat oude herinneringen opsnuiven – nemen we de trein naar het vliegveld. Benieuwd als we zijn hoeveel kilo we hebben – 38,6 – vrezen we het ergste voor onze vlucht naar Holland. De vlucht is iets vertraagd. En terwijl we naar de winter van Adelaide vliegen overdenken we onze reis. Aan alles wat we hebben gezien en gedaan. Hoe kunnen 53 dagen zo snel voorbij zijn gevlogen…?

Een reactie op “12454km – Queensland”

  1. Lea Poquerusse
    September 15th, 2010 2:17 am

    Amazing pictures Peter and Laurene! WOW. Peter you are such a great photograph and your trip seems incredible!!!

Plaats een reactie

Paragrafen en breaks worden geconverteerd, e-mail adressen worden niet gepubliceerd, HTML toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Over dit bericht