Noord Sumatra
23/7/2009
Medan
Na de nacht in onze kamer met doorgezakt bed en handmatige douche (lees: mandi, men hebbe een bak met water en neemt een emmertje die je vervolgens gebruikt om toilet (lees: gat in de grond) door te spoelen en over jezelf heen te gooien), zien we Medan bij dag. Het krioelt er van de becaks (motor met zijspan), motors, mensen en gare, overbeladen bussen. Het is warm, overal is het vies en het riool ligt open. Niet bepaald een stad om lang te blijven. We doen er uitsluitend de hoofdzakelijke dingen: cashen enkele miljoenen rupiahs, boeken onze vliegtickets voor de terugweg en kopen een simkaart. Tegen het middaguur is alles geregeld en nemen we een becak naar Pinang Baris, busterminal voor Berastagi.

Reis door Noord Sumatra
Berastagi
Wanneer de becak bij de busterminal stopt, springen er een tiental mannen op ons boulehs (blanken) af. “Where you go? Transport, transport?” Met moeite kunnen we nog net onze eigen bagage dragen nadat we te kennen hebben gegeven dat we naar Berastagi gaan en wordt ons een busje aangewezen. Tassen verdwijnen op het dak en wij zitten krap, met 30 anderen opgepropt voor de komende drie uur. Aankomst in Berastagi is een opluchting. Niemand lijkt zich echt voor de boulehs te interesseren. Na een bord met rijst, seyur en telur (groente en ei), dropt een minibusje ons bij ons hotel.
Berastagi ligt midden tussen twee vulkanen, de Gunung Sibayak (2094m) en de Gunung Sinabung (2450m) in de Karo Highlands waar ook nog een tal van traditional Batak villages liggen. Beide vulkanen roken nog flink en zijn goed te belopen. Wij beklimmen de eerste. Een wandeling van 3 uur brengt ons op de top. Een goeie rotte eieren geur, veel rook, een mooie ronde krater en een weids uitzicht is wat we zien als we op het topje staan. De terugweg lopen we over een ander pad door de oude lavastromen, de dichte begroeiing en bamboebos. Zo komen we aan in het stadje Semangat Gunung waar talloze hot springs zijn (ons te warm) en een thermische energiecentrale staat.

Vanwege de planning en het drukke, nog af te werken programma in Sumatra, laten we het bij deze ene vulkaan en pakken na twee nachten Berastagi de reis weer op en gaan opweg naar Danau Toba.
Tuk Tuk, Danau Toba
Er wacht ons weer een lange dag reizen. Via 3 verschillende bussen, hobbel de bobbel, warm, krap en opgepropt zien we na 5 uur Danau (Meer) Toba opdoemen. Een vulkanisch meer van zo´n 80km lang en 30km breed. In het meer ligt het Samosir Island (30km bij 20km), maar is eigenlijk een schiereiland omdat het met een heel klein pieletje vast zit aan de mainland. Eindbestemming voor de bus is Parapat. Wederom springen de mensen op ons af en hebben uiteraard goeie deals voor guesthouses in Tuk Tuk, aan de andere kant van het water.
Vanuit Parapat nemen we de boot naar Tuk Tuk. We zijn niet de enigen die vakantie hebben. Niet dat er veel boulehs rondlopen, maar de Indonesiërs hebben nu ook twee weken vakantie. Wanneer de boot ons afzet bij Carolina Hotel is er nog één kamer over. Carolina Hotel ligt er idyllisch bij. Een eigen strand, uitzicht over het meer en mooie Batak architectuur huizen waarin de kamers zitten. Wij hebben een mega kamer voor slechts 3,50 euro, inclusief uitzicht en eigen badkamer. Het is hier heerlijk vertoeven. Het water is een graad of 25 en strakhelder, de banana-chocolat pancakes zijn super en de verse fruitjuices zijn overheerlijk. Een heerlijk ontspannen plek, waar we eindelijk een beetje tot rust komen.

Gedurende de vijf dagen dat we hier waren hebben we naast het zwemmen-lezen-bakken-eten-drinken ook een dag een motor gehuurd en zijn het Samosir Island rondgegaan. Onderweg gestopt bij wat dorpjes en gekeken naar de Batak Dance. De Bataks is een bevolkingsgroep met hun eigen geloof (waarin ze de buffel vereren), muziek, dans en architectuur. Hun huizen kenmerken zich door de hoge, naar voren stekende puntdaken. Ook stopten we bij de hotspring (nog steeds te warm voor ons) en keken we uit over het groene landschap waar de koeien over de weg lopen. Danau Toba heeft wel echt zijn eigen klimaat. De ochtend begint altijd zonnig, maar in de namiddag kwamen de wolken tevoorschijn en regende het af en toe echt zo hard, en dat voor uren! Ook toen wij dus op de motor zaten, maar het rare klimaat hier zorgde er wel voor dat wanneer we eenmaal uit de bui waren, binnen de kortste keren waren drooggefohnd.
Bukit Lawang
De reis gaat verder. Na de ontspanning volgt weer een dagje inspannend reizen. Vandaag op het programma: 4,5 uur auto naar Medan, 3 uur bus naar Bukit Lawang. Aangezien we een lange reis voor de boeg hadden en het krappe zitten een beetje zat waren, hadden we het ervoor over om 1,40 euro meer te betalen en per privé auto vervoerd te worden naar Medan. Wel een stuk aangenamer, maar veiliger?? Onze chauffeur reed werkelijk als een malloot. Tegenliggers de berm induwend, inhalen op de meest onmogelijke plekken. Je houdt het niet voor mogelijk. Na een keer slippen vond de chauffeur het ook wel welletjes en laste hij een pauze in. Hoe dan ook haalden we Medan zonder kleerscheuren, en waren we weer terug in deze megastad die eigenlijk alleen maar als stopplek dient. Vanaf Pinang Baris busterminal namen we een grote, bijna uit elkaar vallende bus die ons in drie uur tijd naar Bukit Lawang bracht. Deze weg is echt aan een revisie toe. Kuilen en gaten zo diep, dat de bus er helemaal scheef van stond en je vraagt je af hoe het mogelijk is dat al deze bussen, gezien hun staat, überhaupt nog kunnen rijden.

Bukit Lawang ligt aan de rand van de jungle, het huis van de Orang Oetang, die hier gewoon in het wild leven. Het stadje zelf ligt aan een snel stromende rivier waarin kinderen zwemmen en spelen, en zich met opgeblazen autobanden mee laten voeren door de stroming. Twee coole houten hangbruggen met gaten in de loopplanken overkruisen de rivier en leiden naar de verscheidene guesthouses. Ons guesthouse Sibayak ligt aan het water en kost wederom drie-en-een-halve euro! Na inchecken regelen we een jungletrek voor de dag erna.
Onze gidsen Eddy en Budy leiden ons door de jungle. We zijn in een groepje van 5 boulehs en gaan opzoek naar de Orang Oetang! Eerst passeren we een rubberplantage, dan komen we in de echte jungle. Met mobieltjes communiceren de verscheidene gidsen met elkaar en jawel, de eerste orang oetang is gespot. We lopen erheen en zien een bruine harige aap hangend aan een tak. Zij bestudeerd ons en krabt wat aan zichzelf en slingert vervolgens van boom naar boom, tak naar tak. Later zien we er nog een, weer wat later drie bij elkaar die rustig een beetje heen en weer slingeren. Wat een beesten! De trek duurt de hele dag en lopen door de modder, heuvel op, heuvel af. Ons vasthoudend aan lianen, omringd door junglegeluiden en vergezeld met punkey monkeys en gibbons. Aan het einde van de trek komen we weer bij de rivier. Vanaf daar nemen we de autobanden terug en al raftend bereiken we na een toffe dag weer Bukit Lawang.

Medan
Inmiddels zijn we de helft van onze reis al gepasseerd… En moeten ruimte maken voor de volgende bestemming: Aceh. Met een minibus doorkruisen en omzeilen we de gaten van de weg en komen compleet geshaked in Medan aan. Het is begin van de middag en hebben pas om 20:00u de bus naar Banda Aceh. Wanneer we uitstappen komt er weer een horde mannetjes en becaks aan. Eentje wint, en dat is Indrah die het beeld dat we van Medan hadden heeft bijgedraaid. Indrah vindt het mooi dat we in het Indonesisch onderhandelen over de prijs voor het ritje naar het busstation. Geen toeristenprijs, maar gewoon de localprijs. 1-0 Boulehs! Indrah is vrolijk en lacht om al het getoeter en geroep van mensen richting ons. “Hello mister!” Hij verteld ons over zijn oom waar we absoluut moeten eten. We zijn wat afhoudend, maar nadat we onze to-do list hadden afgewerkt, dachten we ´waarom ook niet´. Hij reed naar zijn huis in een buitenwijkje van Medan. Daar was zijn oom, wat oudere mensen en heel wat kinderen. De meest lekkere saté ayam werd bereidt en het gerucht dat er twee boulehs in de kampong waren ging als een lopend vuurtje; iedereen kwam kijken en we moesten uiteraard met iedereen op de foto. Via de scenic route bracht Indrah ons rond zessen weer naar het busstation. Hij kreeg een dikke fooi en een klompje uit Nederland. We namen afscheid en hij zei dat we hem niet moesten vergeten. Hij had duidelijk een bijzondere dag gehad, net als wij. De bus vertrek tegen achten en Indrah is teruggekomen om ons uit te zwaaien. Wij gaan naar Aceh.
Klik op de foto’s voor vergroting:




















August 1st, 2009 3:52 pm
[...] toegevoegd. Deel 1, Aankomst in…: Singapore (SIN), Kuala Lumpur (MAL), Medan (IND) Deel 2, Noord Sumatra: Medan, Berastagi, Danau Toba, Bukit Lawang, Medan Deel 3, Aceh: Pulau Weh, Banda Aceh, Singapore [...]