Flores
9/8/2008
Zo! Flores dan. 12 Dagen, met hoogte- en dieptepunten. Voor- en tegenspoed. Alles hebben we hier wel meegemaakt. Ik begin.
.
.

Reis door Flores
De reis vanaf Materam (Lombok) duurde lang. 34 Uur om precies te zijn. Eerst de bus door Lombok, dan de ferry naar Sumbawa. Wederom de bus in voor een uur of 9, totdat je er midden in de nacht uitgegooid werd. Een overstap naar een nog krappere bus die drie uur lang door het oosten slingerde terwijl de zon opkwam en als laatste een 8 uur durende ferry die natuurlijk 3 uur vertraging had. Enfin, na 34 uur kwamen we compleet gaar aan in Labuan Bajo en was er tot overmaat van ramp nog maar één kamer beschikbaar in héél Labuan Bajo, waar het water van de douche niet wegliep, het bed een houten plank was en de vloer zo smerig was dat je er niet wilde lopen.
Labuan Bajo
Labuan Bajo, een schattig havenstadje dat aan de westkust van Flores ligt. Ideale lokatie voor dagtripjes Komodo- en Rinca Islands, duiktrips en even helemaal tot rust komen in private island waar één keer per dag een bootje komt, geen bereik is en 15 bungalows staan op een wit zandstrand met uitzicht over een turquoise zee met een magische onderwaterwereld.
Rinca
Samen met 6 Nederlandse mensen die op dezelfde overtocht zaten vanuit Materam, charterden we een boot voor een dag naar Rinca, gelegen in het Komodo National Park, huis van de Komodo Dragen. Doel was dan ook om dit beest, een hagedis van 3 meter, een bezoekje te brengen. Alsof je Jurrasic Park betreedt, zo deed het aan. Eens in het half jaar eet zo’n dragon een buffel, graaft zich dan in en slenterd wat rond. Indrukwekkende beesten! De boottocht werd vervolgd met een snorkelstop bij een klein eilandje. Nog helderder water als in de Gili’s, wat een wereld!

Ook de volgende dag werd op- en in het water gespendeerd. Ditmaal met flessen op de rug, naar een diepte van 12 meter. Voor mij inmiddels 6 jaar geleden dat ik gedoken had, voor Laurene slechts de derde keer. Daarom moest een refresh duik gemaakt worden voordat we echt ergens konden gaan duiken. Maar man-o-man, prachtig! Superveel vissen, overal in alle kleuren en maten. Daar kwam een reuzeschildpap de hoek om zweven. Even meezwemmen en wat verdwijnt daar onder die rots: twee baby haaien!! Een te gekke duik die wat abrupt ten einde komt. Hoewel mijn luchtdrukmeter een minuut ervoor aangaf dat er nog 60bar inzat, kreeg ik nu géén lucht meer. Een tweede poging om adem te halen slaagde ook niet en met m’n laatste beetje lucht kon ik nog nèt naar Laurène toezwemmen en haar gebaren dat ik écht zonder lucht zat… op 8 meter diepte. Een benauwde situatie maar gelukkig is elke duiker voorzien van twee mondstukken en had ik niet veel later weer lucht in mijn longen.
Seraya Island
Na deze actieve dagen, tijd voor passiviteit. Hoewel we een reservering hadden voor een bungalow op Seraya Island, was deze niet opgeschreven en leek het er even op dat ons bounty-beach een dagje zou moeten worden uitgesteld. Inderdaad, alle bungalows op het strand zaten vol, maar een Staff-room mochten we nog wel hebben, dan dat maar. De boottocht naar Seraya duurde een uur. Onderweg zagen we dolfijnen uit het water springen en belandden we op een prachtig strand. De staff-room was wat simpel, maar de nachten erna konden we in een betere. Dagen werden gevuld met boeken lezen, in de zon bakken, rondjes rond het eiland lopen en snorkelen. Dat laatste was mooier dan ooit. Eerst vijf minuten met een mantra meezwemmen om vervolgens bij een reuzeschildpad aan te komen en deze een half uur te volgen, aan te raken en mee te zwemmen. Geweldig.

Bajawa
Maar de reis gaat verder, te local bus welteverstaan. Dat betekend vroeg op en 11 uur zitten met je luie kadaver, op een rijstzak in het gangpad. 11 uur ja, en dat voor een afstand van 200 kilometer. Kan je je voorstellen wat de conditie van de weg is, en hoe deze slingert om elke heuvel? Niet voor niets hangen er kotszakjes her en der aan de hengseltjes van de bus.
Na 11 uur komen we dan eindelijk aan. Bajawa ligt op een hogere altitude en is daarom koud in de nacht. Met een mandi douchen zit er echt niet in, veel te koud! Bajawa ligt in het binnenland naast Flores’ grootste vulkaan. Rondom liggen traditionele villages waar mensen echt leven als junglebewoners. Bamboehutjes, een leven vol tradities waarbij voorouders worden geëerd en ze de hele dag kauwen op een rood-achtige substantie die naar hun zeggen goed is voor de tanden; niet dus, want niemand heeft meer dan 3 tanden. Enfin, drie van deze villages, evenals een waterval en een hotspring werden bezocht per motor. Een mooie tocht door jungle en heuvelachtig vulkanisch terrein.

Kelimutu
Maar de reis gaat verder. We hebben tenslotte de 9e een vliegtuig te halen en we moeten nog de helft van de afstand overbruggen. Na een dag Bajawa vertrekken we wederom per public bus naar Moni. Zou de bus eigenlijk om 06:00u vertrekken, niet dus, 07:30u will do just fine. Nog erger dan de vorige rit slingert deze door het landschap wat overigens echt heel mooi en vooral groen is. Wederom goedgevulde kotszakjes in de bus; arriveren we tegen een uur of twee in de middag in Moni. Basecamp voor de Kelimutu. Het weer is super en na inchecken in een eenvoudige homestay huren we een motor en knorren we de kelimutu op. Bovenaan, drie goed gevulde kraters, elk een andere kleur. De ene pikzwart, de ander koffiebruin en de derde gifgroen met een gelige substantie erin. En dat met een mooi uitzicht en geen toeristen! Op de terugweg doen we nog een kleine hotspring aan, verborgen in de rijstvelden en badderen we tussen de locals die ons aangapen als wij onze haren wassen.
Maar je hebt de Kelimutu pas gezien als je er de zonsopgang hebt gezien. Wij dus om 0430u in een bemo omhoog in een strak heldere sterrenhemel. Maar niets is minder waar, net voor zonsopkomst komen de wolken uit het niets en is al het zicht p de kratermeren belemmert. Jammer voor de honderd-en-een toeristen die er zijn; wij hadden het al gezien.

Wodong Beach
De dag voor vertrek uit Flores zitten we in Wodong Beach. Maumere is lelijk en daarom vluchten we naar een bungalowtje op het strand. Boekje lezen en wachten maar op de dag van vertrek. Die kwam dan ook langzaamaan steeds dichterbij en ruim op tijd waren we dan ook op de 9e op het vliegveld van Maumere. Hoewel de vlucht eigenlijk om 15:15u zou vertrekken was er nog geen vliegtuig te bekennen. Het vliegveld handled 3 vliegtuigen per dag, daarom ook niet zo gek. Na een uur of 4,5 wachten werd omgeroepen dat e vlucht gecancelled was. Het vliegtuig was al drie dagen kapot en zou dus ook niet vandaag met ons naar Denpassar vliegen. Met volle bepakking en een gratis lunchbox, jaja, terug naar Maumere. Of Merpati je iets laat weten, ho maar. Wij zijn gestrand in Maumere en weten niet wanneer we weg kunnen. Tot de volgende keer.
















August 10th, 2008 1:52 pm
Tja, die indonesische vliegtuige staan niet echt bekend betreft veiligheid… maar kan me voorstellen dat het een en al frustratie oplevert… Hoort wel een beetje bij het avontuur toch?
May 4th, 2009 11:58 am
Al 3 dagen kapot, onvoorstelbaar als je nauwelijks buiten Europa komt. Zeer mooie natuur!
July 28th, 2009 3:32 pm
[...] per telefoon de laatste twee zitplaatsen gekregen, economyclass welliswaar. Denkend aan vorig jaar Mataram-Labuanbajo zal dat vast geen pretje worden, maar zelfs de simpelste long-distance bus is hier aangenaam en [...]